Wie komen voor behandeling bij de Top Referente Trauma Centra in aanmerking?
Bij de (anno 2009) tien aangesloten topreferente traumacentra (TRTC) worden volwassenen en kinderen behandeld. In aanmerking voor deze behandeling komt iedereen die lijdt aan de schadelijke psychologische, biologische en sociale gevolgen van aanhoudende mishandeling.
De topreferente traumacentra (TRTC) behandelen volwassenen en kinderen die lijden onder de gevolgen van vroegkinderlijke chronische traumatisering (VCT). Daaronder verstaan wij de schadelijke psychologische, biologische en sociale gevolgen van (een combinatie van) aanhoudende emotionele, fysieke of seksuele mishandeling. Ook emotionele verwaarlozing of het verkeren in oorlogsomstandigheden, het ondergaan van pijnlijke medische handelingen en traumatische verliezen zonder goede opvang in het gezin tijdens de kinderjaren vallen onder VCT.
Trauma wordt in dit verband gezien als reactie van iemand op bepaalde gebeurtenissen, niet de kwaliteit van die gebeurtenis. TRTC bieden behandeling voor iedereen met symptomen van traumagerelateerde stoornissen. Of iemand aan deze symptomen lijdt, kan op meerdere manieren bepaald worden (diagnostische categorieën volgens DSM – IV).
Bij volwassenen
- Complexe posttraumatische stress-stoornis (Complexe PTSS)
- Borderline persoonlijkheidsstoornis met Complexe Posttraumatische Stress-stoornis (Complexe PTSS) of aanzienlijke dissociatieve symptomen
- Dissociatieve Identiteitsstoornis (DIS)
- Dissociatieve stoornis Niet Anderszins Omschreven, type 1 (DSNAO)
- Al dan niet in combinatie met één of meerdere andere diagnoses op As I en/of As II van de DSM-IV.
Bij kinderen:
- Reactieve hechtingsstoornis
- Complexe post traumatische stress-stoornis
- Gedragsstoornis
- Persoonlijkheidsstoornis in ontwikkeling uit cluster B (onder de 18 mag formeel geen persoonlijkheidsstoornis worden gediagnosticeerd)
- Dissociatieve Identiteitsstoornis (DIS)
- Dissociatieve Stoornis NAO
- Aanpassingstoornis chronisch (alle typen)
Symptomen kunnen zijn:
De symptomen van vroegkinderlijke chronische traumatisering kunnen sterk uiteenlopen. Veel voorkomend zijn: herbeleving, vermijden van zaken die aan de traumatische ervaring doen denken, black-outs, geen contact hebben met de eigen gevoelens of juist overgevoelig zijn, stress, schaamte of schuldgevoel, depressiviteit, zich ernstig zorgen maken, heftige angsten, een slecht zelfbeeld, slaapstoornissen, paniekaanvallen, relatieproblemen, onverklaarbare lichamelijke klachten en het gevoel buiten jezelf te staan. Bij kinderen kan ook sprake zijn van onzindelijkheid, schoolproblemen, extreem druk zijn of juist heel teruggetrokken zijn.
Uitsluiting
In sommige gevallen kan een TRTC niet behandelen. Bij volwassenen is dit bijvoorbeeld het geval als sprake is van:
- Psychotische stoornissen, verslavingsgedrag of andere problematiek op As I die qua duur en ernst zo prominent aanwezig zijn dat behandeling gericht op deze problemen eerst aandacht vraagt
- Problematiek op As II en/of As III die verhindert dat een patiënt kan profiteren van het behandelaanbod van het topreferent traumacentrum
- Zwaarwegene problemen rond de levensfase – bij patiënten boven de zestig jaar)
- Geen stabiele sociale omgeving (blijken uit bijvoorbeeld het ontbreken van een vaste woon- of verblijfsplaats of een vast inkomen)
- Onvoldoende in staat zijn om het (intensieve) behandelprogramma te volgen (blijkend uit bijvoorbeeld een beperkte motivatie of geen vervoer van en naar de behandel lokaties)
- Weigering om informatie over voorgaande behandeling te delen met het topreferente traumacentrum (dit criterium van uitsluiting is nog in onderzoek)
- Gedwongen behandeling in het kader van een juridische maatregel